Papier Peint

Inleiding


Hercule portant la massue et la pomme du Jardin des Hespérides, papier peint en arabesques, France, manufacture inconnue.
Impression en 11 couleurs à la planche sur papier, 1775-1780 ca.
Provenance Hôtel Dewez, Bruxelles, rue de Laeken 75 .
© IRPA-KIK, Y007198, 2007 (J.-L. Torsin)

In het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), de federale wetenschappelijke instelling belast met de documentatie, studie en conservatie-restauratie van het Belgische kunstpatrimonium, bestond al enige tijd een bijzondere interesse in het domein van het behangpapier. Vooral Agnès Gouders, een kunsthistorica die werkte aan de inventaris van cultuurgoederen, was hierin een gangmaker. In 2001 begon de Dienst voor het onderzoek naar afwerkingen van historische gebouwen (DOAHG) van het KIK zich te buigen over behangpapier, voornamelijk in het kader van studies van historische interieurs in opdracht van de diensten Monumenten en Landschappen van de drie regio’s.

Op 5 september 2005 werd een overeenkomst afgesloten tussen het KIK en de Directie Monumenten en Landschappen (DML) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die verantwoordelijk is voor inventarisatiezendingen en gedetailleerde studies van het Brusselse erfgoed. In deze overeenkomst kreeg het KIK de opdracht om

een databank op te richten over behangpapieren die moet leiden tot een begrip van de evolutie van de historische interieurs en tot doel heeft om de bestaande verzamelingen te identificeren en op systematische en exhaustieve wijze in kaart te brengen. Hun technische en stilistische analyse moet het onderzoek vervolledigen. De inventaris zal het mogelijk maken om opzoekingen te doen op basis van verschillende descriptieve criteria van de op punt te stellen fiche. Het zal tegelijk een uitstekende documentaire bron zijn en een manier om de rijkdom van onze behangpapieren te valoriseren. Als een ware ‘archeologie op de muren’ moet de systematische studie van de sporen van vroegere toestanden de virtuele reconstructie van de stilistische en chromatische evolutie van het bestudeerde interieur mogelijk maken, en zo bijdragen tot de geschiedenis van de smaak. De resultaten van deze onderzoeken moeten zowel dienen voor de kunstgeschiedenis en voor de geschiedenis van de technieken als voor de restauratie van de bestudeerde gebouwen. De inventaris zal dus ook de studie van catalogi omvatten

.

Om de raadpleging van de databank te vergemakkelijken stelde het KIK voor om simultaan een geïllustreerd glossarium van behangpapier samen te stellen: materialen en technieken, descriptieve termen, ornamenten en iconografie. Een stuurgroep stond in voor de dubbele opvolging van dit project, met name architecte Françoise Boelens voor de DML van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en voor het KIK Wivine Wailliez van de DOAHG (inventaris) en Marie-Christine Claes van het departement Documentatie (glossarium).

In 2014, toen de inventaris een kritische massa had bereikt – met name meer dan 3500 stalen van behangpapieren, 37 catalogi, 1300 individuele fiches van behangpapieren, 70 plaatsen van herkomst of bewaring –, werden de inventaris en het Glossarium van behangpapier online geplaatst in onze BALaT-databank om te kunnen voldoen aan de initiële doelstelling van kennisverspreiding. Zo werd ruim voldaan aan de voorwaarden in de overeenkomst tussen het KIK en de DML van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het KIK en de DML van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wensen hun erkentelijkheid uit te drukken aan alle eigenaars die welwillend hun collecties of gebouwen ter beschikking stelden van ons team: in de eerste plaats onze zusterinstelling de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) die talrijke fragmenten, catalogi en rollen bezit, maar ook de Archives d’Architecture Moderne (AAM), het Archief van de Stad Brussel (ASB), de École Nationale Supérieure des Arts Visuels de la Cambre (ENSAV), La Fonderie, het Designmuseum Gent, de KU Leuven en de eigenaars van private of openbare gebouwen.

We hopen dat dit werkinstrument een referentiewerk wordt voor erfgoedprofessionals, onderzoekers en liefhebbers.


Larges fleurs et ombellifères parmi de grandes herbes folles. Frise de papier, probablement britannique, manufacture inconnue.
Impression en 5 couleurs, 1895-1900.
Provenance Hôtel Beukman (1900), Ixelles, rue Faider 83.
© IRPA-KIK, X051909L, 2011 (H. Pigeolet)

Inventaris

De inventaris van behangpapieren ontstond in drie fasen: het samenstellen van het corpus, de iconografische oplijsting en het verzamelen van de gegevens van elk object. De gegevens werden vervolgens ingevoerd in een speciaal daartoe ontwikkelde databank.

Het corpus werd samengesteld op basis van een reeks criteria. Het eerste is het geografische criterium. In de periode van de overeenkomst tussen het KIK en de DML van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden de behangpapieren geselecteerd op basis van hun band met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, meer bepaald als plaats van productie, gebruik, bewaring of tentoonstelling van de objecten. Sinds het einde van de overeenkomst, in mei 2014, werd de inventaris van behangpapieren ook uitgebreid naar de twee andere gewesten van ons land. De volgende criteria zijn de gekende waarden – zoals gedefinieerd door Alois Riegl (1858-1905) in 1902 –, te weten historische waarde, gebruikswaarde en artistieke waarde, aan dewelke we nog de documentaire waarde toevoegen. Er werd geen enkel tijdscriterium vastgelegd.

De stalen van behangpapieren die werden geïnventariseerd op basis van foto’s – ofwel in een verzameling, ofwel in situ, ofwel na verwijdering – werden onderworpen aan een technisch onderzoek om hun parameters te documenteren (afmetingen, afmetingen van het rapport, type van papier, type van baan, druktechniek, kleuren, etc.). Het technische onderzoek, vergezeld door de iconografische en stilistische analyse, maakt het mogelijk om ze te dateren en om ze eventueel toe te schrijven aan een manufactuur en/of ontwerper door middel van vergelijking met referentiewerken of databanken en/of externe afbeeldingen, hetzij uit België, hetzij uit het buitenland. In onze laboratoria kunnen analyses worden uitgevoerd om bijkomende informatie te verkrijgen over de materialen en productietechnieken. De foto’s en verzamelde gegevens worden vervolgens ingevoerd in de verschillende rubrieken van de bestanden van de databank.

Databank

De databank bestaat uit acht onderling verbonden bestanden: Behangpapieren, Catalogi, Plaatsen, Ontwerpers, Manufacturen, Leveranciers, Foto’s en Bibliografie. Het doel van deze descriptieve en geïllustreerde databank is om alle historische, iconografische, stilistische, technische, fysico-chemische, topografische en bibliografische gegevens van de geselecteerde behangpapieren in kaart te brengen.

Bovendien zijn de individuele fiches van behangpapieren onderling verbonden (aard van de relatie: identiek (zelfde patroon en zelfde kleuren), variant (zelfde patroon en andere kleuren), samen aangetroffen, ensemble met (gefabriceerd om samen te gaan met), samen aangetroffen en ensemble met).

De inventaris is aan de hand van talrijke hyperlinks verbonden met het Glossarium van behangpapier, dat tevens direct toegankelijk is via een aparte knop in de menubalk.


Glossarium

Het Glossarium beantwoordt aan twee noden: enerzijds stelt het de personen die de databank Inventaris aanvullen in staat om eenzelfde invulling te geven aan de betekenis van de termen, zodat ze dus welbewust op eenduidige wijze worden gebruikt, en anderzijds vormt het een hulp voor de gebruikers van de Inventaris. Ruimer nog vormt het Glossarium een hulp voor alle personen geïnteresseerd in behangpapieren bij hun identificatie, beschrijving en datering.

Er werd een zo groot mogelijk aantal referentiewerken doorgenomen, van de 18de eeuw tot heden, gaande van de Encyclopédie tot historische catalogi, boeken voor het grote publiek, decoratieve grammaticaboeken, scheikundige compendia, etc. Het was belangrijk om ook de oude benamingen te definiëren om zo de onderzoeker te helpen om archiefdocumenten of reclameadvertenties in oude kranten te begrijpen. Naargelang de bronnen zijn er afwijkingen verschenen in de betekenis van de termen, zowel voor wat betreft de fabricatie als de grondstoffen. Na een oplijsting en analyse werden de meest pertinente definities weerhouden.

Vervolgens werd voor elke term een document samengesteld met historische informatie, een definitie toegespitst op het domein van het behangpapier en bibliografische referenties. Er werd gepoogd om elke term te illustreren met een representatieve foto.

De termen werden gehiërarchiseerd in een thesaurus. Ze kunnen worden geraadpleegd aan de hand van een zoekvenster, een alfabetische lijst of een boomstructuur, opgedeeld in elf hoofdstukken.

Hoofdstukken

Het Glossarium van behangpapier is opgedeeld in elf hoofdstukken met gehiërarchiseerde termen. Het overzicht dat volgt beschrijft op bondige wijze hun inhoud.

1. Algemene termen

Dit hoofdstuk stelt de verschillende benamingen van behangpapier in de loop der geschiedenis voor.

2. Grondstoffen

Dit hoofdstuk bespreekt alle bestanddelen van behangpapier, van de papieren drager – inclusief de fabricatie ervan – tot de vulstoffen, pigmenten en bindmiddelen van de kleuren / picturale lagen, en de materialen gebruikt voor de afwerking, zoals vernissen. De definities geven aan wat de substantie is en beschrijven zijn eigenschappen (kleur, uitzicht, reactiviteit). Vervolgens worden zijn historiek en specificiteiten beschreven.

3. Druktechnieken

Er worden 84 technieken beschreven: de handmatige en mechanische aanbrenging van de grond, de druk van de motieven, de toevoeging van materialen zoals vernis of verguldingen, de technieken om reliëf aan te brengen, etc. De historische termen, die vaak de herkomst onthullen, worden verklaard en verbonden met de actuele benaming.

4. Plaatsing

Dit hoofdstuk beschrijft de diverse dragers voor de plaatsing en de instrumenten die nodig zijn om de banden op geschikte wijze te positioneren. Tweeëndertig termen beschrijven de verschillende manipulaties om het papier te plaatsen, te beginnen met de voorbereiding van de muur. Zo is de maculatuur een belangrijke notie. Het papier kan direct op de muur worden geplaatst, op een tussenliggende laag – de maculatuur – of op een doek dat op een raamwerk is gespannen.

5. Vorm / positie

In functie van de voorziene plaatsing hebben sommige papieren een bijzondere vorm: fries, boordsel, galon, rozet, camee, traverse… Naargelang de periode is de mode veranderd: waar in de 18de eeuw boordsels vaak een hele muur omgaven, koos men aan het einde van de 19de eeuw vaak voor een brede fries onder het plafond, gescheiden van het behangpapier door middel van een galon.

6. Manufacturen en kunstenaars

Dit hoofdstuk geeft toelichting bij de kunstenaars die ontwerpen hebben getekend en bij manufacturen die behangpapieren produceerden. Naast de Belgische manufacturen vindt men ook prestigieuze buitenlandse manufacturen die hun behangpapieren naar ons land importeerden, zoals de Franse bedrijven Dufour of Zuber. Verschillende Belgische kunstenaars zijn vertegenwoordigd, zoals de architect Henri Van de Velde of de schilder René Magritte. Dit hoofdstuk zal misschien nog verder worden uitgewerkt.

7. Brusselse ondernemingen

Hier vindt men meer informatie over manufacturen, groothandels, verdelers en kleinhandels. Een belangrijk deel van het onderzoek werd uitgevoerd in het Algemeen Rijksarchief, te weten door de raadpleging van aanvragen voor gebruiksvergunningen voor gevaarlijke producten of de installatie van stoommachines. Dit hoofdstuk werd verder ontwikkeld aan de hand van de studie van 19de-eeuwse kranten en almanakken van de handel en de industrie.

8. Octrooien

Tussen 1854 en 1932 werden 82 octrooien toegekend in het domein van het behangpapier in België, zowel uitvindingsoctrooien als verbeterings- of invoeroctrooien. Ze zijn gehiërarchiseerd op datum, maar in het zoekvenster kan men zoeken op de naam van de aanvrager.

Sommige innovaties werden niet gecommercialiseerd, maar waren origineel en getuigden van een interesse in nieuwe technieken, bijvoorbeeld het idee om een behangpapier te versieren met een opgelijmd fotografisch portret, rond hetwelke een vergulde cartouche werd aangebracht.

9. Merken en benamingen

De definities van de termen in dit hoofdstuk geven toelichting bij de geschiedenis en de technische specificiteiten en het gebruik van de merken en benamingen. Bepaalde benamingen werden bekend en vonden ingang in het courante taalgebruik, zoals Lincrusta.

10. Stijlen

Behangpapier is vaak een medium van imitatie geweest. Er werd ruimschoots gekopieerd van modellen gebruikt in de domeinen van textiel, tegels of meubelwerk, en het behangpapier volgde de heersende mode, vooral op het vlak van stijl: neoclassicisme, empire, restauration stijl tijdens de Hollandse periode. Vervolgens hebben de hele reeks neostijlen en het eclecticisme van de second empire de positie van de Belgische burgerij gemarkeerd. Later nog waren de art nouveau en de art deco bijzonder geliefd in Brussel. Na het droeve, goedkope behangpapier met kronkelende motieven van de Grote Depressie en van de Tweede Wereldoorlog, verschenen er vrolijkere en meer gedurfde papieren: het was de atoomstijl, in de nasleep van de wereldtentoonstelling van 1958 te Brussel, gevolgd door de hippiestroming.

11. Iconografie

Dit hoofdstuk tracht de enorme variatie aan motieven te beschrijven die zowat alle iconografische onderwerpen omvatten: personages, het dieren- of plantenrijk, architectuur, objecten, historische gebeurtenissen… De definitie van termen van ornamenten is een grote hulp voor de onderzoeker die vaak moeilijkheden ondervindt bij het beschrijven van de niet-figuratieve elementen. De termen beslaan zowel het vocabularium van de ornamenten als hun syntaxis, anders gezegd de wijze waarop de ornamenten zich onderling verhouden, hetgeen onmisbaar is voor de beschrijving van een complex motief.


Colofon

De databank van de Inventaris en het Glossarium is toegankelijk in het Frans en in het Nederlands. De geïndexeerde velden en raadplegingslijsten zijn tweetalig. De informatie in de vrije velden is in de taal van de persoon die de gegevens invoerde en zal in de toekomst worden vertaald.

Medewerkers aan de Inventaris (2006-2014): Anne-Sophie Augustyniak, Eva Busoni, Marie-Christine Claes, Marie Decoodt, Emmanuelle Job, Catherine Van der Auwera, Wivine Wailliez

Medewerkers aan het Glossarium: Eva Busoni, Marie-Christine Claes, Marie Decoodt, Caroline Heering, Kathryn Housiaux, Simon Laevers, Jonathan Truillet (ENP, Paris), Geert Wisse

Ontwikkeling van de databank: Edwin De Roock, Steven Lots (Lotsofdots)

Foto’s van de fotografische dienst van het KIK : Hilke Arijs, Jacques Declercq, Hervé Pigeolet, Jean-Louis Torsin, Katrien Van Acker.

Materiaaltechnisch onderzoek door de labo’s van het KIK: Jana Sanyova, Marina Van Bos, Ina Vanden Berghe.

Uw mening interesseert ons. Aarzel niet om uw opmerkingen of suggesties te melden via wallpapers@kikirpa.be